Oude gedichten

Zal eindelijk eens wat gedichten uit de oude doos plaatsen..

Ver
Ijzige stilte,muur van kilte,
gevoelloos lijf geeft niet om mij,
vreet van binnen, knauwt aan mijn buik
maakt me rillen van de innerlijke kou

Lijzige angst,wie het bangst,
Gevoelloos leven is niet te doen
Knaagt van buiten, trekt aan mijn hart
Maakt me kapot, zo ver van jou.

 

Landing

Alsof je landen kunt
Op een hard stuk touw
Dat onder je scheurt

Alsof je proeven kunt
Wat tegen hart en zeer
Toch wel gebeurt

Maak die illusie smerig en zwart
Niet waarheid,stroperig veel
Maak die angst, torpederend hard
Niet eenzaamheid, maar deel..
Met mij

 

 

 

Inspirerend Zaanstad

Naar aanleiding van het bijwonen van enkele bijeenkomsten de afgelopen week zal ik jullie bij deze mee laten delen in ‘Inspirerend Zaanstad’;

Al eerder noemde ik burgerparticipatie en eigen initiatief als één van de speerpunten van D66 Zaanstad. Meest prachtige momenten zijn dié waarin dit initiatief zichtbaar naar voren komt. Zo is Belangengroep Nauerna een erg goed voorbeeld van deskundig, onderbouwd en meedenkend burgerschap. De manier waarop zij zich profileren, daar kun je en mag je als gemeente niet omheen. Wij volgen hun activiteiten en voortgang op de voet, want zij hebben een serieus onderwerp en zijn hier al een lange tijd hard mee bezig. Een onderwerp van vrolijker aard maakte ik afgelopen dinsdag mee op het Wijkoverleg te Assendelft. Daar zaten 3 frisse, vrolijke vrouwen en niet voor niets, zo bleek. Zij kregen een bedrag uit het Leefbaarheidsbudget, voor de Vrijmarkt die zij op 30 april dit jaar in Saendelft-West (wederom) gaan houden. En terecht! Vorige week werd namelijk tijdens een bijeenkomst in de Kaaik benadrukt hoe belangrijk burgerinitiatieven zijn om de cohesie tussen de bewoners van een nieuwbouwwijk te doen groeien. Wil je een veilige wijk, waar de kinderen en ouders elkaar kennen, waar de rommel niet over de straten zweeft, de auto’s niet elkaars spiegels eraf rijden en de honden niet andermans stoepen vervuilen, dan is samenwerking en een wij-gevoel van groots belang. Sjoerd Soeters benoemde met nadruk het Grootse Wijkfeest dat Saendelft zou moeten houden. Met muziek, goed eten en waar de drank rijkelijk zou vloeien. Dyonisosische praktijken om te komen tot samen leven en genieten van deze prachtige wijk.  En zie hier, nog geen week later zitten daar deze stoere vrouwen, die met een clubje van vier dit jaar de Vrijmarkt Saendelft nog leuker en grootser gaan neerzetten dan vorig jaar. Ze hebben hier al heel veel tijd in gestoken en ze zullen de komende tijd nog erg druk zijn, maar het enthousiasme waarmee ze erover vertelden en de kracht van slagen die van hun gezichten af te lezen was, geeft absoluut een positief beeld van wat er mogelijk is. Door burgers voor burgers. Om het nu alvast wat aandacht te geven citeer ik hun plannen voor 30 april:

"Saendelft is een snelgroeiende woonwijk in Assendelft, Zaanstad. Vorig jaar hebben we voor het eerst een vrijmarkt gehouden tijdens koninginnedag. Zonder dat hier veel media aandacht voor geweest is, hebben we toch enkele honderden mensen mogen verwelkomen. Dit jaar pakken we het serieuzer en grootser aan. We hopen op een eigen traditie in Saendelft. Met subsidie van de gemeente en sponsoring van het lokale bedrijfsleven gaan we er op 30 april een daverend feest van te maken. Naast een vrijmarkt zijn er ook attracties als ponyrijden, reuze springkussen, kinderschminken, zumba demonstraties en een plein voor de oudere jeugd waar een podium komt met in de middag live muziek."

Ik durf te stellen dat, als dit soort eigen initiatief meer naam en faam krijgt, er veel meer bewoners van wijken zullen volgen om óók op enig gebied de handen ineen te slaan. Natuurlijk gebeurt het al, het is niets nieuws in Inspirerend Zaanstad. De socioloog vorige week in de Kaaik en ook de al eerder genoemde architect, schetsten echter een niet zo vrolijk beeld van de toekomsten van nieuwbouwwijken. Prachtig om te zien dus dat het best goed gaat komen, Inspirerend JA!

Een ander inspirerend initiatief vind ik terug als je binnen Zaanstad zoekt naar wat er door en voor jongeren gedaan wordt. Zo valt in het Zaanstad Journaal van 29-04-2009 te lezen dat jongeren uit de verschillende kernen samen een film hebben gemaakt. Over hun ergernissen in delen van Zaanstad maar vooral ook de mogelijkheden die er zijn. Een aantal jaren daarvoor was er het project "Dat kan vet beter!". Ook door jongeren uitgevoerd. Prachtige foto’s en goeie ideëen. Enige verbazing benevelt mij als ik daarentegen meermalen hoor over de hangjongerenproblematiek en dat hier geen concrete oplossingen voor te vinden zijn. Er wordt keihard gewerkt door jongerenregisseurs, politie, wijkmanagers en stichtingen. Daar geen kwaad woord over. Mijn verbazing beslaat enkel de niet terug te vinden link tussen de jongereninitatieven en de jongerenproblematiek. Wat is er gebeurd met de voorstellen van de jeugd? En waar is dat terug te vinden? Het gaat toch niet zo zijn dat die initiatieven enkel als archief-moment achterblijven? En waarom worden de hangjongeren op minimaal 50 meter buiten de bebouwde kom geplaatst en daarmee buiten de samenleving, terwijl er blijkbaar genoeg ideëen zijn bij diezelfde jongeren hoe het anders kan. Nu weet ik dat de jeugdregisseur absoluut de jongeren zelf betrekt bij het bedenken van alternatieven en alternatieve hangplekken (de naam alleen al, je wordt er hangerig van..), maar de link tussen eigen initiatief, dus niet gestúúrd initiatief, vanuit de jongeren en de problematiek die speelt kon ik niet voldoende terug vinden. Gelukkig sierde een nieuw initiatief de krant van 13 februari http://www.echo.nl/zk-za/buurt/redactie/987396/berichtgeving.over.jeugd.is.vaak.te.negatief/

Het wordt tijd dat ik me laat bijpraten door al deze initiatiefnemers zodat ik overtuigd zal raken dat niet alle initiatieven uiteindelijk in de archieven verdwijnen, zonder lange termijn resultaat. Want wij geloven in de kracht van mensen en het nemen van verantwoordelijkheid. Die is er, ook wat het onderwerp hangjongeren aan gaat. Dus ik zal me laten inspireren. Liefst vanavond nog. Jas aan en de straat op. Vragen hoe, wat en waarom. Aan de jongeren zélf. Inspirerend & Anders, JA!

Lokaal vs. landelijk, politiek of mimiek?

De afgelopen maanden ben ik zeer nauw betrokken bij de lokale politiek. Er gaat geen donderdag voorbij of ik bevind mij in de raadszaal om de vergaderingen te volgen van de Raad en alles wat daaraan gelieerd is. Er gaat geen maandag voorbij of er is wel een interessant debat of andere interessante bijeenkomst van inwoners van ‘mijn ‘Zaanstad dat ik bijwoon. Er zijn geen debatloze, bezoekloze of vergaderloze dinsdagen meer en sporten op woensdag zal er ook de komende tijd niet van komen. De weekenden vullen zich met campagne voeren in Zaandam en de bijbehorende kernen en zo hoort het ook. Lokale politiek is politiek pur sang. Het gaat om mensen, hun mening, hun leven, hun beleving. En hun stem. Op wie ze ook zullen stemmen (áls ze gelukkig al stemmen), belangrijkste is dat ze van zich laten horen. Het mooie en fijne aan lokale politiek is dat je alle voors en tegens van waarom wel en waarom niet (stemmen en op wie dan wel en op wie dan wel niet) van dichtbij kunt horen. Letterlijk. De mitsen en maren en wat er lééft. Bij die mensen bij wie wij, lokale politici, in de buurt wonen en leven. Bij de mensen bij wiens kinderen onze kinderen op school zitten. Met wie ze ruzie maken, met wie ze plezier hebben en met wie zij zich samen vormen tot de maatschappij van later. Voor wie wij nu al bezig zijn om bepaalde zaken aan te pakken, aan te scherpen, bespreekbaar te maken. En dat wij dat nog echt samen doen. Zowel binnen de gehechtheid die onze partij (D66) kent als binnen het iets grotere geheel van een boel partijen die, los van waar ze landelijk of niet een navelstreng hebben lopen, samen toch werken aan de verbetering op een heleboel punten binnen de Zaanstreek. Omdat ze het zich wél aantrekken en al die mensen wél de moeite nemen om te flyeren, campagne te voeren, aanwezig zijn bij allerlei bijeenkomsten. Niet voor niks. Iedereen zit op maandag hier en op dinsdag daar en iedereen komt niet meer aan zijn of haar hobby’s toe in deze weken. Want we zijn allemaal bezig met de puurste belangen in de mooiste zin van het woord, voor onze Zaanstreek. En dat kost tijd en moeite en energie. Energie die we koste wat kost erin willen steken. Grappig is dat, als er via de landelijke navelstrengen, personen ten tonele komen die niet vanuit de streek komen er grote ophef ontstaat. Alsof dat halfuurtje het verschil maakt in je campagne. Alsof het vallen van een landelijk kabinet onze inspanningen minder energie en liefde doet kosten. Alsof het afbreuk doet aan waar wij voor staan. Want nee, dat alles doet er nu even niet toe. Landelijk valt en valt even in het niet, vergeleken met wat er lokaal gebeurt. Omdat er lokaal zaken zijn die aangepakt moeten worden. Omdat er lokaal democratisch gedacht wordt. Omdat er lokaal eindelijk eens aan burgerparticipatie wordt gedacht. Omdat er lokaal een boel mensen zijn die zich druk maken. Los van alle landelijke perikelen. Omdat ze het waard vinden wat hier gebeurt. Nu en straks. En dat het tijd wordt voor lokale actie. Anders, ja, dat wel. Maar samen met de inwoners, samen met allen die dat ook wensen en samen met hen die er voor open staan. Omdat het alle inzet waard is! Luisteren naar de mensen die het ervaren, er wonen en alles meemaken in hun directe omgeving. Anders Ja! Lokaal Ja! De rest komt vanzelf…

Truth or bare

Tot mijn grote schrik lees ik vandaag (pas?) dat de babysterfte in Nederland het hoogst is van heel Europa……. Ja, even stil zijn mag wel.

Iemand, mij is nog niet geheel duidelijk wié dan, heeft dit blijkbaar onderzocht en kan dit met keiharde cijfers en feiten aantonen. Tot nu toe vind ik alleen de mening van één gynaecoloog, die tevens hoogleraar verloskunde is. Prof. Dr. Visser. Tijd om eens de archieven in te duiken. Want dit vraagt om méér. Meer duidelijkheid, meer zekerheid, meer informatie, want wie durft er anders óóit nog zwanger te worden? Ik niet in elk geval. Omdat dat zonde zou zijn, als wij vrouwen niet meer zwanger durven te worden, en het absoluut de vergrijzing in de hand zou werken ga ik eens op onderzoek uit. Wellicht durven we dan wel weer…

Eerst de feiten zoals de professor ze geopenbaard heeft;

*het gaat om tien op de duizend baby’s

*het betreft vooral gevallen waarvan de verloskundigen inschatten dat de natuur het wel oplost en die eerder (bij 38 weken is de aanbeveling) al ter controle naar een gynaecoloog zouden moeten zijn verwezen

*veel vrouwen worden niet op de hoogte gebracht van de risico’s boven de 41 weken (oeps, mijn kids kwamen met resp. 41+11 en 41+6 dagen…geluk gehad dus??)

*er is een stuurgroep o.l.v. het ministerie van Volksgezondheid aanbevelingen aan het maken om sterfte onder baby’s te verminderen (vooral op deze aanbevelingen kunnen we inmiddels niet meer wachten…)

Inmiddels is er ook een proefschrift van Dr. Joost Zwart. Wat wij hierin terugvinden is het volgende, ik citeer:

"Vrouwen die in Nederland bevallen hebben twee keer zo veel kans op ernstige zwangerschapsvergiftiging als vrouwen in Groot-Brittannië. ,,Dat komt omdat we in Nederland te terughoudend zijn met het geven van medicatie en het inleiden van bevallingen”, zei de Leidse gynaecoloog Joost Zwart donderdag.

Zwart deed twee jaar lang onderzoek naar het aantal vrouwen dat ernstig ziek wordt tijdens de zwangerschap, iets wat tot voor kort niet werd bijgehouden. Hij noteerde 2500 gevallen van ernstige complicaties, wat neerkomt op zeven op de duizend zwangerschappen. Ongeveer 8 procent van de betrokken vrouwen leed aan een ernstige zwangerschapsvergiftiging.

Zwart heeft de laatste jaren al bij gynaecologen aan de bel getrokken. ,,Ik zie dat het beleid verandert. Gynaecologen grijpen agressiever in om een complicatie te voorkomen. Ze denken niet meer puur en alleen aan de baby.”

Als ik hem mag geloven zijn de meeste gynaecologen inmiddels dus doordrongen van de feiten en is wat gynaecoloog Visser zegt de zogeheten ‘mosterd na de maaltijd’?

Of hebben zij het over totaal wat anders en moeten deze heren de handen eens ineen slaan om samen tot een nog gedetailleerder onderzoek te komen? Ik zal ze eens een mail sturen, want mijn verwarring is nog immer niet tot ruste gekeerd. Mijn moederlijk advies aan zwangeren na deze berichten:

Let goed op de signalen van je lichaam, volg je moederinstinct en trek ENORM aan de bel als je ook maar enige zorgen hebt. En laat je niet afschepen door verloskundigen die de zorg in eigen hand willen houden, koste wat kost, óf door gynaecologen die zeggen dat het allemaal wel goed komt. Tot we meer zekere onderzoeken of landelijk ingevoerd beter beleid hebben zit er niets anders op dan soms ‘voor niets’ een arts of verloskundige aan het werk zetten!!!

Alles beter dan ‘had ik maar…’ 

Het gezin Binnenhof

Onlangs kregen wij bij bureau Jeugd en gezin een telefoontje binnen. Iemand wilde anoniem melding maken van de onhoudbare situatie in het gezin Binnenhof. Wij waren dankbaar voor het telefoontje van de melder en gingen gezwind aan de slag. Eerst een analyse maken. Wij keken in ons electronisch cliëntendossier en jawel, het gezin Binnenhof was al bekend bij ons.Het gezin; vader Jan-Peter, moeder Jacqueline en een enorme kinderschare. 25 om precies te zijn. Van hen waren Wouter, Camiel, Guusje en Piet-Hein al een aantal malen de revue gepasseerd bij ons bureau en ook Maxime had al wat aantekeningen opgeleverd. Vroeger reilde en zeilde alles wel binnen het gezin maar nu de kinderen groter waren geworden en hun eigen ruimte gingen claimen raakte vader de macht binnen het gezin kwijt.

Zo hadden alle kinderen stuk voor stuk al meermalen beslissingen genomen waar vader het diep in zijn hart niet mee eens was. Wouter had inmiddels zo’n eigen positie binnen het gezin ingenomen dat zijn vader geen grip meer op hem had. Het was eigenlijk tijd dat Wouter eens op kamers ging, maar verder dan de 2e kamer in huis kwam hij niet. Over wonen gesproken; een van hen opperde dat kraken wellicht een oplossing was voor de nog altijd thuiswonende kinderschare. Maar oei, dit onderwerp leidde tot zoveel discussie dat er niemand zijn mond er nog over opende. Ook was het geld op. Wouter had heel veel geld gestoken in zaken waar de rest van het gezin niets vanaf wist, of althans zij deden alsof zij dat niet wisten. Sparen was ook al niet hun sterkste kant (alles was ooit in IJsland weg gezet) waardoor er nu niets meer in de huishoudpot zat behalve een gapende leegte. Oma Beatrix gaf hen af en toe wat zakgeld maar meer dan een doekje voor het bloeden was het niet. Wouter opperde bij zijn ouders dat het belastingtechnisch het beste was als zij door zouden werken tot ver na hun pensioengerechtigde leeftijd om zo de inkomsten van het gezin veilig te stellen. Dit resulteerde in een scheurend meningsverschil tussen alle kinderen en een dagje poldersport kon hierin geen verandering brengen. Hoe ze dit moesten oplossen, geen idee. Het was een pedaogogische catastrofe. De boel stagneerde door de twist die onder de kinderen was ontstaan en zich uitte richting de ouders. Iedereen was ten einde raad en een kat in het nauw maakt rare sprongen. Maxime dreigde zelfs voor jaren naar Afghanistan te vertrekken, terwijl hij net terug was van een lange missie aldaar. Die arme ouders wisten van gekheid niet wat nog te doen. Vader riep op een avond zijn hele gezin bijeen en sprak hen toe. Hij had het goed voorbereid, zei hij, maar de kinderen lachten in hun vuistje. Ze geloofden niets van wat hij zei en de rebellie in hen groeide enkel door het vaderlijk gewauwel dat hun ouweheer uitkraamde. Als hij voor hen geen goed voorbeeld kon zijn van hoe zij zich staande zouden moeten houden in de maatschappij, wie dan wel? Toen ook nog bleek dat een goede vriend van hun vader hen, achter zijn rug om, kwam vertellen wat er allemaal mis was in het huwelijk en gezinsleven van hun vader was het einde zoek. Een ontwricht gezin zonder vertrouwen in elkaar bleef over. Onthutst, leeg, zoekend, chaotisch, meelijwekkend.

Gelukkig was het bijna 2010, het jaar waarover de sterren aankondigden dat alles goed zou komen. Wij van bureau Jeugd en gezin zullen de volgende acties gaan uitzetten; Een aantal van de kinderen zal ondergebracht gaan worden bij pleeggezinnen, ze moeten daar weg en snel ook een beetje! Gezinsvoogden gaan intrek nemen in hun huis om de boel te structureren en te ordenen. En vader, tja….. er rest ons niets dan hem uit de ouderlijke macht te ontzetten…… Soms moet een mens niet alleen tegen de buitenwereld beschermd worden maar vooral tegen zichzelf. Bovenal zullen we de komende 4 jaren moeten werken, met sommigen van hen en veel steunpunten, om hen weer het vertrouwen te geven dat zij als één gezin, één gezicht naar de buitenwereld op moeten treden. Voor het zover zal zijn, echter, hebben wij onze handen nog vol aan dit gezin waarin het nog tijden kommer en kwel, ruzie en wedijveren zou zijn. Arme vader Jan-Peter. Arme kinderen.

Taalcursus voor de zorg?

In de loop van de jaren dat ik bij de GGD werkte, eerst als verpleegkundige later als teamleider, leerde ik een compleet nieuwe taal spreken. Naast mijn moedertaal en 4 buitenlandse talen die ik me al eigen was werd ik wegwijs gemaakt in een wereld die bestaat uit afkortingen, verengelste woorden die in het Nederlands ook gewoon bestaan en overlegvormen met namen als enge ziektes. In het begin hield ik een schrift bij. Ik beeldde me in dat ik in een ver, ver buitenland rondwandelde en elke zin en elk woord als een spons in me op moest nemen en noteren. Voor later, als ik thuis was en ik alle nieuwe termen nog eens door wilde nemen. Rijtjes stampen zonder overhoring. Theorie in de praktijk brengen en proberen niet stotterend een vergadering door te komen. Na een aantal maanden wist ik niet beter en sprak ik de Zorgtaal als ware het mijn moedertaal en de openbare gezondheidszorg (OGGZ) het moederschip. Wij als vloot rukten uit en verspreidden onze woorden tot in alle stadsdelen van Amsterdam en vice versa. Met een blik van verstandhouding wisselden we afkortingen uit als ware het een geheimtaal die onze band versterkte tijdens onze gezamelijke acties. Patiënten keken me glazig aan als ik ze vertelde dat ze dankzij de wet WMO na een MDO en bericht van MO een slaapplek hadden verworven in het HVO met dank aan mijn collega’s van SSCW en dat we een RM gingen aanvragen vanwege een AsI diagnose waar geen enkele SPV-er nog een touw aan vast kon knopen. En dat door die actie 45 minuten DBC tijd kon worden ingeboekt waardoor de TL erg verblijd zou worden wanneer deze in overleg zou gaan met de EVA. Gelukkig waren zij ook al enige tijd bewoner van Zorgland en de meesten konden uit onze bewoordingen wel opmaken dat ze een slaapplaats hadden en waar dan en wat hen verder te wachten stond. Nieuwe collega’s hadden na 3 dagen rode wangen van het inspannend luisteren tijdens voor-, na- en tussenbesprekingen en als er bezoekers uit Rusland kwamen sprak ik in het Engels een moeilijkere taal dan de hunne voor mij zou zijn. Nu is het zover dat ik mijn interessegebied aan het uitbreiden ben naar de Zaanstreek. Nieuwsgierig pluis ik uit hoe het gesteld is met de daklozen en maatschappelijk gemarginaliseerden in mijn min of meer directe omgeving. Hiervoor beland ik onder andere in een beleidsstuk van de gemeente waarin ik woon. En wat schetst mijn nederige verbazing? De taal waarvan ik dacht dat ik m eigen gemaakt had blijkt een dialect te zijn!!! Slechts 10 kilometer verderop gebruikt men totaal andere afkortingen voor exact dezelfde zaken als in Amsterdam!! Dit heeft hetzelfde effect als een spanjaard die plat Achterhoeks leert spreken en daardoor in de illusie leeft zich in heel Nederland perfect verstaanbaar te kunnen maken.

Mij verdiepend in de politiek laat zien dat ik ook daar een nieuwe taal zal leren spreken. Hopelijk is dit geen dialect maar een taal die in het gehele land gesproken wordt. Nou ga ik ervan uit dat dezelfde doelen worden beoogd, ook in een straal van meer dan 25 kilometer en dat er sprake is van een grote groep mensen die hetzelfde voor ogen (en hopelijk ook voor oren) hebben. Mocht dat niet het geval zijn dan kan ik alleen maar hopen dat er een LOI bestaat die dialect-cursussen verschaft! En voor alle mensen die in de zorg in Amsterdam (e.o. gaat hier helaas niet op) willen gaan werken bied ik me aan als tolk, lerares e/o vertaler van stukken. Neem maar een schriftje mee, meer heb je niet nodig….